Home Nieuws Schmidt wijst naar Joey Veerman én Ibrahim Sangaré: ‘Het was niet om...

Schmidt wijst naar Joey Veerman én Ibrahim Sangaré: ‘Het was niet om te straffen’

4647
0

Joey Veerman én Ibrahim Sangaré hadden allebei een negatief aandeel in de 4-4 remise tegen de Deense koploper FC Kopenhagen.

PSV leeft nog door de nieuwe regel van de UEFA maar duidelijk is dat er in de return in Denemarken uit een ander vaatje getapt moet gaan worden tegen Kopenhagen. Hoogstwaarschijnlijk zullen zowel Joey Veerman als Ibrahim Sangaré weer aan de aftrap verschijnen en blijven de negatieve momenten rondom de beide middenvelders verder uit beeld. Was het een concentratieprobleem, een onoplettendheid of slechts een incident?

Schmidt sprak er daags na de 4-4 remise over en zei het volgende: “Ik weet niet of boos het goede woord is, maar er moest wel iets veranderen in de rust”, wordt Schmidt geciteerd door Voetbal International. Het wedstrijdplan was duidelijk, maar toch werd het niet uitgevoerd door zijn spelers. “Waarom weet ik eerlijk gezegd niet. Misschien hadden we gezamenlijk niet de goede houding.”

Zahavi en Doan brachten volgens Schmidt ‘frisse energie’ en laatstgenoemde tekende vlak na rust voor de aanluitingstreffer. “Het was niet om Joey en Noni te straffen. Ze zaten niet goed in de wedstrijd, ze hebben veel duels gespeeld, misschien waren ze wat vermoeid.” De fout van Ibrahim Sangaré gaf PSV opnieuw een achterstand, hoewel Obispo zich wel kinderlijk eenvoudig liet uitspelen. Schmidt greep in. Ook de Ivoriaan werd gewisseld, maar ook hij wordt gespaard door Schmidt.

“Ook Sangaré heb ik niet gestraft voor zijn fout door hem te wisselen. Ibrahim heeft echt veel gespeeld met de Afrika Cup er ook nog bij, dus ik wilde hem eruit halen.”

Veerman kreeg afgelopen dagen vele positieve kritieken te verwerken en dus werd er links en rechts geschreven dat Veerman nu wel met beide benen weer terug op aarde zou staan. “Het was helemaal niet nodig om hem terug op aarde te brengen. Joey is een goede jongen en heel intelligent. Hij denkt zelf helemaal niet dat hij de beste is, dat komt meer van buitenaf. Soms is het dan goed voor de buitenwereld om te zien dat een speler niet altijd op zijn topniveau kan spelen. Na een paar goede wedstrijden praat iedereen al over de nationale ploeg en de Ballon d’Or. Maar dan komt er zo’n wedstrijd als tegen Kopenhagen voorbij en zie je dat je toch nog stappen moet maken. Dat is niet gek, dat is zelfs heel normaal”, aldus een relativerende coach tegenover Voetbal International.


Facebook Comments Box