Het gat met PSV dichten is een grote wens in de Johan Cruijff Arena maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Sterker nog, het zou de komende jaren weleens precies andersom kunnen gaan uitpakken.
PSV bouwt letterlijk en figuurlijk aan de toekomst door middel van het uitbreiden van het Philips Stadion tot een voetbaltempel zo groot als de Johan Cruijff Arena en De Kuip en waar mogelijk zelfs nog groter. PSV zal begrotingstechnisch de komende jaren alleen nog maar dichter naar Ajax toe kruipen en tegelijkertijd weglopen van Feyenoord.
Dat geldt in het kwadraat als de club zich komende seizoenen steevast voor de Champions League blijft plaatsen en de concurrenten bijvoorbeeld genoegen moeten gaan nemen met Europa League-voetbal. Zo'n scenario dreigt voor Ajax al concreet en in een rap tempo op de Johan Cruijff Arena af te komen.
Het is niet voor niets dat de beleidsbepalers, in dit geval een grote groep stakeholders van de Amsterdamse club in de vorm van de ledenraad, de koppen al meermaals bij elkaar staken om de achterstand op PSV bespreekbaar te maken. Die achterstand mag niet groter worden, stelt de ledenraad vast maar de zorgen zijn er inmiddels wel.
Voor Jordi Cruijff ligt er dan ook een grote uitdaging, waarbij naar PSV kijken en wijzen een gemene deler is geworden voor de gehele Amsterdamse organisatie.
‘Ik ben ambitieus. Ajax is een speciale club. Je merkt wel dat als je iemand belt over Ajax, dat er een grote aantrekkingskracht is. En natuurlijk wil ik van Peter winnen hè! Dit seizoen wordt dat lastig. We zijn nu clubvijanden, maar hij is ook een type waarmee ik een bakkie kan doen om het over andere dingen te hebben. Niet over contracten, want hij heeft bijgetekend. Dus gelukkig is dat ook van tafel. Maar hij is een voetbalmens, hij hoort bij de mensen waar ik van houd en een goede relatie mee heb', aldus Jordi Cruijff.