Het seizoen 2004/2005 is voor
PSV tot op heden het grootste successeizoen van de 21e eeuw. Onder leiding van Guus Hiddink won PSV met overmacht de landstitel en de KNVB Beker.
Met spelers als Mark van Bommel, Phillip Cocu, Ji-Sung Park, Heurelho da Silva Gomes en Alex Rodrigo da Costa maakte de formatie van Hiddink ook naam in de Champions League. Voor het eerst in de clubgeschiedenis overleefde PSV namelijk dat seizoen de poulefase.
In de tweede ronde werd over twee duels afgerekend met AS Monaco, de verliezend finalist van de finale in 2004 (3-0 tegen FC Porto). In de kwartfinale nam PSV het op tegen het sterke Olympique Lyon.
Mede dankzij een voortreffelijke Gomes en een laat doelpunt van Cocu nam PSV een 1-1 gelijkspel mee naar Eindhoven en volstond een 0-0 om door te gaan naar de halve finale. Op woensdag 13 april speelde de ploeg van Hiddink tegen de Fransen in het Philips Stadion.
Al na tien minuten was het duidelijk dat het geen 0-0 ging worden door een fout van Wilfred Bouma, die de bal recht in de voeten van Sylvain Wiltord kopte. De spits maakte dankbaar gebruik van deze fout en schoot de bal achter Gomes en moest PSV dus op jacht naar een doelpunt.
Dit doelpunt kwam er vlak na rust. Uit een snelgenomen vrije trap van Mark van Bommel kon verdediger Alex de bal tegen de touwen schieten en met 1-1 gingen beide ploegen een verlenging in.
In deze verlenging werd er niet meer gescoord en PSV ontsnapte aan een strafschop tegen na een vermeende overtreding van Gomes op Nilmar. De Deense scheidsrechter Kim Milton Nielsen zag er geen overtreding in en PSV kwam met de schrik vrij waardoor de beslissing uiteindelijk van elf meter moest volgen.
In de strafschoppenreeks kon Gomes zich onderscheiden door de penalty's van Eric Abidal en Michael Essien te keren. Uiteindelijk was het Robert de Pinho de Souza die namens PSV de winnende penalty binnenschoot, waarna commentator Frank Snoeks de woorden 'PSV naar Milaan! PSV halve finalist!' uitsprak.