Op 4 mei 2005 speelde
PSV de return in de halve finale
van de UEFA Champions League tegen AC Milan. Een week eerder ging de ploeg van
Guus Hiddink met 2-0 onderuit in Milaan ondanks een legio kansen en dus wist
PSV dat het voor een loodzware opgave stond in het eigen Philips Stadion.
De ploeg van Guus Hiddink zocht vol de aanval en dat
resulteerde al binnen de eerste tien minuten in een 1-0 voorsprong. Via Jan
Vennegoor of Hesselink kwam de bal voor de voeten van Ji-Sung Park en de Zuid-Koreaan
haalde verwoestend uit om zo voor de snelle openingstreffer binnen te schieten.
Daarna ging PSV op zoek naar de snelle 2-0, maar deze
treffer viel niet. Hierdoor gingen beide ploegen met een 1-0 tussenstand in het
voordeel van PSV de rust in en lag alles nog open.
Halverwege de tweede helft zette linksback Lee Young Pyo een
actie in waarna de Zuid-Koreaan de bal voorslingerde. Uiteindelijk was het
Phillip Cocu die de bal hard achter doelman Dida wist te koppen en daarmee PSV
op 2-0 zette waardoor de stand over twee wedstrijden weer volledig in evenwicht
was.
Lang leek het erop dat beide ploegen een verlenging zouden
gaan spelen tot het begin van de blessuretijd. Een actie van de Braziliaanse
middenvelder Kaka zorgde ervoor dat Massimo Ambrosini vrij kwam te staan in het
zestienmetergebied.
De middenvelder kopte de bal achter Heurelho da Silva Gomes
en deze treffer betekende de genadeklap voor PSV. Ondanks deze treffer wist
Cocu nog op schitterende wijze de 3-1 op het scorebord te zetten, maar deze
goal kwam te laat.
Desondanks ging PSV nog op zoek naar de 4-1, maar Jan
Vennegoor of Hesselink kon een lange bal van Mark van Bommel niet omzetten tot
een serieuze kans op een doelpunt aangezien doelman Dida de bal kon vangen. Na
dit moment werd er afgefloten en ging PSV met opgeheven hoofd uit de Champions
League.