Op 16 april 1905 werd Frits Philips geboren als zoon van Anton Philips. Frits verrichte in januari 1911 de aftrap voor de eerste wedstrijd van het Philips Elftal, de voorloper van het huidige PSV.
Na de oprichting van PSV op 31 augustus 1913 bleef Frits zijn gehele leven supporter van de club en groeide ook uit tot het grootste boegbeeld van PSV en de stad Eindhoven. Bovendien werd hij ook de vijfde CEO van de naamdrager van het bedrijf waar zijn opa Frederik de oprichter van is: Philips.
Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Frits een belangrijke rol. Ondanks het feit dat de gehele top van het bedrijf naar Engeland vluchtte toen de Nazi's Nederland binnenvielen, bleef Frits in Nederland en van mei 1943 tot september 1943 zat hij in het gijzelaarskamp Beekvliet in Sint-Michelsgestel.
In het concentratiekamp in Vught bouwde de bezetter een werkplaats waar producten zoals radio's voor Philips werden geproduceerd. Deze arbeiders vormden destijds het Philips-Kommando en deze groep kon dankzij Frits bescherming bieden aan enige gevangenen in Kamp Vught.
Op 20 juli 1944, ruim een maand na D-Day en ruim een jaar voor de bevrijding van Nederland, vluchtte Frits naar Friesland toen er geruchten naar buiten kwamen dat zijn naam op een lijst stond van mensen die de Nazi's wilden afvoeren. Op 16 augustus van datzelfde jaar werd Frits' echtgenote Sylvia opgepakt, maar eind augustus werd zij vrijgelaten aangezien zij niet kon vertellen waar haar man op dat moment verbleef. (Kaper, J. (2025). PSV tijdens de Tweede Wereldoorlog, hoofdstuk 16 Bevrijding)
Mede door het feit dat Frits voorafgaand aan de bouw van de werkplaats in Vught grote zeggenschap had afgedwongen bij de Nazi's werden enkele arbeiders van het Philips-Kommando bij aankomst in het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau niet geselecteerd om vergast te worden in de gaskamers. Daardoor konden enkele gevangenen van Kamp Vught de Tweede Wereldoorlog overleven en Frits omschreef deze daad als zijn merkwaardigste daad tijdens de jaren dat Nederland bezet was door Nazi-Duitsland.
Na de Oorlog beleefde Frits als PSV-supporter grote successen. Zo maakte hij de grootste successen uit de jaren '70 en '80 mee met onder meer de winst van de UEFA Cup in 1978 en de Europa Cup I in 1988.
Op 23 april 2005, een week na zijn 100e verjaardag, behaalde PSV onder Guus Hiddink de 18e landstitel thuis tegen Vitesse. Na afloop liep aanvoerder Mark van Bommel met de kampioensschaal de tribune op waar Meneer Frits al jaren een seizoenskaart had, namelijk vak D, rij 22, stoel 43.
Van Bommel hield de schaal boven Meneer Frits en dat zorgde voor een iconisch beeld dat bij iedere PSV-fan nog in het geheugen gegrift staat. Op 5 december 2005 overleed Frits op zijn eigen landgoed De Wielewaal als gevolgd van een val waarbij hij een rugwervel brak en een bijkomende longontsteking.
Een dag later, op 6 december 2005, stond PSV voorafgaand aan de Champions Leaguewedstrijd met Fenerbahçe SK stil bij het overlijden van de trouwste PSV-supporter allertijden door een minuut stilte te houden. De ploeg van Guus Hiddink won die dag met 2-0 van de Turken en haalde daarmee de volgende ronde van het miljardenbal.
Op 5 december 2006, een jaar na zijn overlijden, onthulde PSV tijdens de rust van de Champions Leaguewedstrijd PSV - Girondins de Bordeaux (1-3) een herinneringsplaquette voor meneer Frits. Op 14 april 2007, twee dagen voor zijn geboortedag, werd er een standbeeld van Frits onthuld op de Markt in de binnenstad van Eindhoven.
Jaren na zijn overlijden is Frits nog altijd niet vergeten door de PSV-aanhang. In enkele supportersliederen komt zijn naam en dat van het bedrijf dan ook regelmatig voor.